Gert Ligterink: 25 jaar Volkskrant
Deze
zomer is het 25 jaar geleden dat Gert Ligterink
zijn eerste schaakrubriek voor de Volkskrant schreef. Een paar maanden later
schreef hij zijn eerste artikel op de sportpagina. In totaal heeft Ligterink 32 jaar lang schaakrubrieken geschreven, want
vóór de Volkskrant deed hij dat al voor het Nieuwsblad van het Noorden en de Winschoter Courant. Ligterink
is zeker geen recordhouder, maar er is alle reden om even stil te staan bij
dit jubileum van misschien wel de bekendste schaakrubriek van Nederland. Jeugdkampioenschap
Gert Ligterink had als jeugdschaker een bijzonder groot
talent. Hij leerde de spelregels eind 1963, vlak na zijn veertiende
verjaardag. Voor een topschaker is dat uitzonderlijk laat. Toch debuteerde
hij al in het seizoen 1966-67 in de hoofdklasse met het Groningse Unitas. Een jongen van bijna zeventien die pas drie jaar
kan schaken, dat is een zeldzaamheid in de hoogste klasse. Een seizoen eerder
(mei 1966) had Ligterink al deelgenomen aan het
Nederlands jeugdkampioenschap, waar hij ruim achter kampioen Jan Timman gedeeld achtste werd. In 1968 werd hij tweede,
achter Hans Böhm. C. Rothert in het bondsblad: “Het
was een geslaagd toernooi met aardige jonge kerels, van wie velen een
behoorlijke partij schaak spelen en waarin wij bepaald wel enkele lichtpunten
hebben ontdekt. Zo tippen wij Böhm en Ligterink als spelers die een goede schaaktoekomst hebben
en het in hun vermogen hebben na gedegen studie prachtige resultaten te
behalen.” Een jaar later eindigden Böhm en Ligterink gelijk. Ligterink had
de onderlinge ontmoeting gewonnen, maar er moest ook nog een beslissingsmatch
worden gespeeld. Die won de Groninger met 2-0, waarmee hij jeugdkampioen van
Nederland werd. Noordelijk isolement
De
opmars naar de nationale top ging vervolgens niet zo voorspoedig als je zou
verwachten en dat was te wijten aan ‘het schaakisolement van het noorden’,
zoals hij dat in 1974 noemde. Ligterink zou dat
jaar voor het eerst deelnemen aan het Nederlands kampioenschap en werd vooraf
voor het bondsblad geïnterviewd door Joris van den
Berg. Hij had het laatste NOSBO-kampioenschap
gewonnen met 9 uit 9, maar zei daarover: “Het enige wat ik kan doen is gewoon
alles winnen, er zit niets anders op. Het zegt niks en je schiet er ook niks
mee op.” Er waren in Groningen verder geen sterke schakers, maar Ligterink wilde niet naar de Randstad verhuizen. In de
eerste plaats studeerde hij Engels aan de Rijks Universiteit van Groningen,
maar bovendien was hij verknocht aan zijn stad. Ligterink:
“Met de fiets zijn we in Groningen zo buiten.” Zijn vriendin over de
Randstad: “Het stinkt daar.” Van de elf tegenstanders aan dat eerste NK had Ligterink alleen tegen Langeweg
en Enklaar wel eens gespeeld, en tegen Timman als jeugdspeler, de anderen kende hij slechts van
naam. Na zijn studie wilde hij wel een jaar profschaker worden. “Ik heb het
gevoel, dat er in de Nederlandse schaaktop erg veel talent zit, met een
geweldige ondergrond aan technische schaakkennis en ervaring, maar ik heb
soms ook wel eens het idee dat ze er niet zo verschrikkelijk veel meer voor
hoeven te doen. Ik zou wel eens willen weten hoe sterk ze werkelijk zijn en
welke mogelijkheden er voor mijzelf liggen.” ![]() (Foto Maaijveld: schaker en/of journalist, treffend in beeld gebracht) Vaste toernooien
Op dat
(sterk bezette) NK 1974 werd Ligterink gedeeld
achtste, met een overwinning op Donner als leukste
resultaat. Daarna kwamen de grote prestaties. In 1973 had hij al een van de
reservegroepen van het IBM-toernooi gewonnen, wat
promotie opleverde naar de meestergroep. ‘De wensdroom van elke
hoofdklasser’, meende de schrijver van het toernooiboekje. Van 1974 tot en
met 1985 speelde hij dertien keer mee in de IBM- en Hoogovenstoernooien,
de twee grootste toernooien van Nederland. Zes keer in de grootmeestergroep
en zeven keer in de meestergroep (tegenwoordig zouden we B-groep
zeggen). In de meestergroep van het IBM-toernooi
werd hij in 1975, 1977 en 1978 tweede en derde, de meestergroep van het Hoogovenstoernooi won hij in 1983. Die voortdurende
uitnodigingen noemde hij in een interview met Erik Bouwmans
(Schaaknieuws) in 2003 als reden dat hij profschaker kon blijven: “Ik zou het
zo over willen doen, maar dan wel in die tijd, in mijn tijd. Toen was het
klimaat veel beter. In die tijd, en dat heeft nog geduurd tot zeg maar 1996,
was je inkomen in zekere zin gegarandeerd door een
aantal vaste toernooien. Ik benijd jongens als Daniel
Stellwagen of Jan Smeets
niet. Als zij die afweging moeten maken staan ze voor een zware keuze.” Hoogtepunt
Naast de
twee grote particulieren toernooien speelde Ligterink
ook bijna ieder jaar het NK, vanaf 1976 dertien
keer op rij. Na voor Unitas en Groningen te hebben
gespeeld werd hij ook in de KNSB-competitie
professional, hij speelde voor de gesponsorde ploegen van Philidor
Leeuwarden (vier jaar), Utrecht (een jaar), De Variant (twee jaar) en
Rotterdam (twaalf jaar). Uiteindelijk kwam hij terug bij Groningen, dat inmiddels ook een lichte vorm van sponsoring had. Gert Ligterink staat zevende op de topscorerslijst aller
tijden in de hoogste klasse. Zijn
grootste succes was het NK 1979. Het was het sterkste NK tot dan toe, maar Ligterink bleef Timman, Ree, Donner en Sosonko allemaal
voor. Fameus is het verhaal van de tweede ronde, toen hij een goedstaande
partij tegen Piet van der Weide in tijdnood verknalde en totaal verloren kwam
te staan. Toen Van der Weide dacht dat hij de tijdcontrole had gehaald ging
hij een flesje limonade halen, om na terugkomst de
niet genoteerde zetten te reconstrueren. Het bleken er 39 te zijn en Van der
Weide was door zijn vlag gegaan. Zo’n gelukkige
overwinning kan soms een voorbode zijn van iets groots: twee weken later was
Gert Ligterink kampioen van Nederland. Hij had
leuke, wilde partijen gespeeld, hij had Timman, Donner en Ree verslagen en alleen verloren van Sosonko, tegen wie hij het altijd moeilijk heeft gehad. Ligterink had zich in de weken voor het NK vooral
beziggehouden met schilderen en behangen in zijn nieuwe woning. De laatste
twee weken had hij partijen nagespeeld uit het beroemde toernooiboek Zürich 1953 van David Bronstein, dat door velen een inspirerend boek is
genoemd. Ligterink tegen Schaaknieuws (2003):
“Zonder enige openingsvoorbereiding speelde ik met zwart alleen Konings-Indisch, omdat dat in dat boek stond. Met dank
aan David, zeg maar.” Journalistiek
Al die
toernooien en competities leidden uiteraard nog niet tot een stevig inkomen.
In 1981 vertelde hij aan Martijn Smit
(Schaakbulletin) hoe hij de journalistiek was ingerold. In 1975 liet Ligterink weten dat hij de schaakclub Groningen zou
verlaten, op zoek naar een betalende club. Smit: “Een harde slag voor de
club. Goede raad is duur. Zestig gulden per week, naar later zal blijken.” De
Groningse coryfee Johan Zwanepol
wilde Ligterink nog een tijdje houden en stapte
naar de redactie van de Winschoter Courant om te
vragen of Ligterink de schaakrubriek mocht
schrijven. Daarvóór nam de krant een rubriek van Berry
Withuis over, die in heel Nederland in diverse regionale kranten werd
geplaatst. Ligterink nam de klus aan en bleef als
dank nog even bij Groningen spelen, maar na drie jaar vond hij zijn
honorarium van zestig gulden per week te laag en stopte hij met schrijven.
Een jaar later werd hij kampioen van Nederland en de redactie van het
Nieuwsblad van het Noorden reageerde alert. Die redactie was ongelukkig met
haar schaakrubriek en zag in de nieuwe Nederlands
kampioen – uit Groningen – de ideale kandidaat om die over te nemen. Het
honorarium was bijna drie keer zoveel als bij de Winschoter,
dus Ligterink bedacht zich geen moment. Vier
jaar schreef Ligterink voor het Nieuwsblad van het
Noorden, waarna in de zomer van 1983 de grote stap kwam. Wim
Andriessen was begonnen met het project New in Chess en had geen tijd meer voor zijn rubriek in de
Volkskrant. Hij vroeg Ligterink hem op te volgen.
Dat was natuurlijk een enorme promotie, dus Ligterink
zei ja. Kort daarna kreeg hij de verslaggeving erbij, die bij zijn komst nog
werd gedaan door Hein Donner. Die kreeg in augustus
1983 echter een hersenbloeding, waarna de kandidatenmatch Kasparov-Kortchnoi,
eind 1983, de eerste grote klus werd voor Gert Ligterink
als verslaggever. Sterkte en zwakte
Journalistiek
gaat ten koste van de actieve schaakcarrière, wist ook Ligterink,
die op het NK van 1983 en 1984 negende en tiende werd. In de twee
daaropvolgende jaren werd hij echter netjes derde. De oorzaken van slechte
prestaties waren ook anders, zei Ligterink in 2003
tegen Schaaknieuws: “Het heeft bij mij vaak te maken hoe het in mijn
privé-leven ging. Toen mijn verkering uitging, werd ik laatste in het NK. Dat vond ik toen belangrijker dan het hele NK.” Op de daaropvolgende vraag of hij mentaal niet zo
sterk was: “Ontzettend slecht, ja absoluut. Ik kon bijna nooit een slechte
reeks doorbreken. Met teleurstelling omgaan, dat was altijd een zwakte.” In
datzelfde interview gaf hij ook een complete analyse van zijn spel:
“Dynamische stellingen zijn altijd mijn sterkste punt geweest. Ik heb een
goed gevoel voor de overgang opening – middenspel, ben uitgesproken zwak in
tijdnood en een vrij middelmatige eindspelspeler. Vroeger had ik bovendien
duidelijke zwaktes in de opening. Blunderen deed en doe ik niet veel.” Gert Ligterink werd internationaal meester, maar had jarenlang
een stevige plaats in de nationale toptien en zou met de huidige regels zeker
grootmeester zijn geworden. Hoever zou hij zelfs gekomen zijn als hij de
spelregels eerder had geleerd en als hij niet in dat geïsoleerde noorden had
gewoond? Leraar
Na een Nederlandse topschaker te zijn geweest, werd Ligterink een gezaghebbende journalist. In de Volkskrant blinkt hij uit
met een grote kennis van het internationale schaakleven en uiteraard van het
spel zelf. Het is altijd boeiend om te lezen wat hij aan de actualiteit
toevoegt. Naar oplage gemeten is het de derde krant van Nederland, maar het
Algemeen Dagblad heeft geen schaakrubriek meer en ik vraag me af of de veel
grotere Telegraaf onder sterke schakers meer wordt gelezen dan de Volkskrant.
Tijdens zaterdagse KNSB-wedstrijden zie je altijd
wel ergens een Volkskrant liggen (opengeslagen op de denksportpagina) maar
nooit een Telegraaf. Op de Corus-site www.coruschess.com heeft Ligterink
een column waarin hij zich wat meer kan uitleven. De degelijkheid van zijn
zaterdagrubriek maakt daar vaak plaats voor ingetogen humor, je krijgt soms
de indruk dat hij grinnikend achter zijn computer heeft zitten schrijven.
Ten
slotte is Gert Ligterink ook een
publiekscommentator van hoog niveau. Hij is een makkelijke prater die meestal
een goede interactie heeft met het publiek. Dat wil
zeggen: hij praat niet alleen, hij luistert ook naar de reacties en reageert
daar serieus op. Ook als dat reacties zijn van mensen die er niets van
begrijpen, want Ligterink vervult op het podium met
verve de functie van leraar, een beroep dat hij misschien wel had gekozen als
hij geen schaker of journalist was geworden. Leraar Engels, dat had zomaar
gekund. Het werd leraar schaken, een functie met een heel wat grotere groep
leerlingen. Johan Hut |