TOP
Column

De wereld van grootmeester Karel

 

IGM Karel van der Weide

Hij had al grootmeesterlijk inzicht, maar nu dan toch ook daadwerkelijk de titel: Karel van der Weide is grootmeester. Na drie normen moest hij zijn Elo-rating nog boven de 2500 brengen, wat hij stijlvol volbracht met een toernooizege in Praag. Op Schakers.Info houden we zijn prestaties nauwgezet in de gaten. Elders doet niemand dat, zodat Karel op de KNSB-site zelf zijn prestaties beschrijft. Die vult hij aan met zijn visie op de toestand in de wereld.

 

Nou ja, er is nog iemand die Karel goed in de gaten houdt: Renzo Verwer. Voor het laatste nummer van Schaaknieuws in 2002 nam hij hem een uitgebreid interview af. De meningen die Karel daar uitte, herhaalde hij nog vele malen in diverse variaties op de KNSB-site. Deze week volgde daar een voorlopig hoogtepunt: een groot interview van Karel met zichzelf. Omdat het hem dwarszit dat ik zo weinig aandacht aan hem besteed, noemde hij de gefingeerde interviewer Johan. Een grootmeesterlijke oplossing.

 

Beunende meesters

Als Karel zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, wordt het eraf gehakt. Het is een cliché, maar Karel hanteert graag clichés. Het is echter geen feitelijke constatering, maar een utopie. Karel heeft namelijk nog nooit zijn hoofd boven het maaiveld uitgestoken. Ja, nu is hij grootmeester, de achttiende van Nederland. Maar tot voor kort was hij een van de ongeveer vijftig meesters. Af en toe een van de sterkste meesters, maar ook zat hij recentelijk laag in de 2400 en zelfs iets daaronder.

Daarmee kunnen veel van Karels klachten worden gepareerd. Zo vindt hij het schandalig dat meesters voor Nederlandse toernooien geen condities krijgen (overnachtingen, eten en startgeld). De amateurs onder de meesters nemen toch wel deel, omdat ze er ook een baan bij hebben. Hij, Karel, wordt als professional de dupe van zijn beunende collega’s. Een begrijpelijke klacht, je zult maar tien dagen op eigen kosten in Dieren of Hoogeveen zitten en ook nog eens zonder prijzengeld naar huis gaan. Toch zullen de professionele meesters dit moeten slikken. Vergelijk het met een gediplomeerde loodgieter die zich vestigt in een dorp waar al genoeg loodgieters zijn. Die kan toch ook niet wapperend met zijn titel klanten claimen? Een meestertitel is gewoon te weinig, er zijn in Nederland meesters in overvloed. Dat is een economische wet, vraag en aanbod, op is op. Organisatoren besteden echt wel hun hele budget, Karel vraagt dus om geld dat er niet meer is.

 

Kartelvorming

Ja, zegt Karel dan, maar dat geld wordt verkeerd uitgegeven. Zo hebben de grote Nederlandse toernooien een onnodig zware persdienst. Daar lopen allemaal vriendjes van Jeroen van den Berg rond die ruim betaald krijgen. Mijn vraag is dan: hoe kan Karel, die kennelijk een slechte verstandhouding met Van den Berg heeft, weten of diens vriendjes een honorarium ontvangen of slechts op bezoek zijn? Karel werpt een blik in de perskamer, trekt conclusies en strooit die lasterlijk de wereld in.

Karel spreekt zelfs van het ‘Van den Berg-kartel’, dat hem te weinig uitnodigingen oplevert. De toernooidirecteur van Corus organiseert ook de toernooien in Amsterdam (ACT, voorheen Lost Boys) en Hoogeveen (Essent). Bezwaren daartegen kan ik wel verzinnen, maar zie ik niet in de praktijk. Karel krijgt geen condities, maar dat heeft te maken met het loodgietersverhaal en niet met kartelvorming. En Karel is in Wijk aan Zee gewoon voor de C-groep uitgenodigd, maar dat vond meneer te min. Terwijl Erwin l’Ami wel gewoon in die groep speelde. Bovendien vond Karel “wat zou je ervan denken als je volgend jaar in de C-groep speelt” schril afsteken bij het “beste Karel, het zou leuk zijn als je komt” waarmee hij in andere landen tegemoet wordt getreden. Tjongejonge, is dit nu echt iets wat we Jeroen van den Berg moeten aanrekenen?

 

Broodnijd

Nog een ergernis van Karel: mensen die schaken noch schrijven kunnen, noemen zich schaakjournalist, Johan Hut voorop. Hand in hand met Rini Kuijf vindt Karel kennelijk dat topschakers hun eigen journalisten moeten worden. Een hoop kritiek zou dat wel schelen, dat moet ik toegeven. Maar de kritiek van Kuijf en Karel op journalisten komt natuurlijk vooral voort uit hun frustratie dat anderen dan topschakers ook honoraria aan de schaaksport ontlenen, terwijl de spoeling toch al zo dun is. Broodnijd.

Ach, de ergernissen van Karel. Ze zijn leuk om eens aan te horen aan de tap. Ook is er geen enkel bezwaar tegen als ze af en toe in de schaakmedia worden geuit. Maar keer op keer op de website van onze bond? Op die site hoop je toch op creativiteit en afwisseling in plaats van het eindeloos herhalen van uitgekauwde stokpaardjes. Had de KNSB maar geld om voor de site echte schaakjournalisten te betalen.

 

Johan Hut