ColumnDe ware liefhebber
Voor
degenen die van puzzelen houden, begin ik met een vraag die ik verderop
behandel. Dan kunt u niet per ongeluk door te scrollen
het antwoord zien. In hoeveel zetten kun je met wit vanuit de beginstelling
de zwarte koning matzetten met je eigen koning? Uiteraard gaat het om een
aftrekschaak met de koning, waardoor eigenlijk een ander stuk matzet. Daarvoor moet heel wat gebeuren, denkt u? Nee
hoor, het kan ruim binnen de tien zetten! Boekenstroom
Zou
schaken de sport zijn waarover de meeste boeken worden geschreven? Voetbal en
wielrennen, zeggen ze op de sportredactie van mijn krant, maar ik houd het op
onze eigen sport. En hoewel wij ook het internet
optimaal benutten, neemt de stroom boeken gelukkig niet af. Alleen
toernooiboeken worden helaas nauwelijks meer gemaakt. Ik ben een groot bibliofiel, maar bij de bekende stalletjes breng ik
weinig tijd door. De handelaren nemen vooral openingsboeken mee, want daar is
veruit de meeste vraag naar. Terwijl er over schaken zo veel leukers te schrijven
is. O wat mooi!
Eerder
besprak ik op deze site het boekje ‘Schaakvermaak 1’ van Pascal Losekoot. Deze jeugdtrainer bespreekt een aantal
tactische principes die lichtgevorderden moeten kennen, maar gooit er ook een
paar hoofdstukken tussendoor over schaakgeschiedenis. Gewoon omdat hij daar
zo graag over vertelt. Losekoot is iemand die blind
een schaakboek uit zijn kast pakt, willekeurig een pagina openslaat en dan
roept: “Zo, kijk toch eens wat mooi!” Voor de duidelijkheid: het boekje is
wel systematisch opgezet, maar hij had zonder moeite op dezelfde manier een
paar andere boekjes kunnen schrijven. Daarom staat er waarschijnlijk ook een
1 in de titel. Hoge heren
Iemand die ook heel veel plezier aan zijn eigen boek moet hebben
beleefd, is Leo Diepstraten. Onlangs verscheen bij uitgeverij Tirion zijn boek ‘Vermaarde schaakcafés en hun illustere
gasten’. Ik heb het niet gelezen, maar zit er vooral steeds in te bladeren.
Het boek staat boordevol fantastische afbeeldingen van schakers uit lang
vervlogen tijden. Keurig in pak, met vlinderdasjes en hoge hoeden, grote
baarden en snorren en tezamen gebogen over het
schaakspel. Het doet mij denken aan de entree van supertalent Daniël Noteboom in 1925 bij LSG. Hij werd uiteindelijk toegelaten, maar aanvankelijk
adviseerde men de ‘baardeloze knaap in korte broek’ zich maar aan te melden
bij een gymnasiasten- of studentenvereniging. (Aldus Jacques
Serdijn in het LSG-jubileumboek
uit 1995.) Schaken was duidelijk een sport voor de hogere kringen en de
afbeeldingen die Diepstraten heeft verzameld geven daar een prachtig beeld
van. Curiosa
Een paar
krenten in de pap tussen mijn schaakboeken zijn de dikke knipselboeken die de
organisatoren van het Essent-toernooi (voorheen VAM-toernooi) in Hoogeveen
ieder jaar samenstellen. Buiten Drenthe zijn er waarschijnlijk maar vijf
mensen die de serie compleet hebben. De boeken illustreren vooral de enorme
trots van deze gemeenteambtenaren die bijna niets van schaken wisten, totdat
ze vanaf 1997 voor een week per jaar een toptoernooi in huis kregen. Met het
boek lopen ze trouwens een jaar achter, het zou toch niet zo zijn dat de
sleur erin gaat zitten? Een
ander curiosum in mijn kast is een ingebonden verzameling van de dagbulletins
van de Olympiade 1990 in Novi Sad,
met vrijwel alle partijen, ook de partijen van wedstrijden als Thailand-Oeganda of Haïti-Honduras.
Ik kan daar ademloos in bladeren, maar dat is natuurlijk een afwijking. Wat
mij vooral frappeert is dat de vorige eigenaar ieder bulletin opnieuw alle
partijen handgeschreven heeft genummerd, van 1 tot een getal voorbij 300. Wilkie-De Greef is nummer 261
van de 12e ronde en Wahls-Piket is nummer 20 van de
14e ronde. Zo zijn ongeveer 4500 partijen in dit boekwerk genummerd. Maar
waarom? En zou deze liefhebber ooit spijt gehad hebben dat hij zijn
zorgvuldig genummerde boek heeft verkocht aan iemand die niet weet waar die
nummers toe dienen? ![]() Beginstelling
Deze
week stuurde mijn collega-schaakjournalist Jules Welling mij het manuscript
van zijn boek ‘Het fenomeen beginstelling’. Hij schreef het in 1987, zowel in
het Nederlands als het Engels, maar vond er geen uitgever voor. Aan hem zal
dat niet gelegen hebben, vele andere boeken kreeg hij wel uitgegeven en op
dit manuscript werd door topschakers en andere liefhebbers enthousiast
gereageerd. Maar ja, naar boeken over zijvarianten van het Siciliaans is nou eenmaal meer vraag. Het boek van
Welling gaat over schaakcuriosa die met de beginstelling te
maken hebben. Hoe snel kun je mat geven met de witte koning, was u daar al
uit? Nou, daar komt-ie: 1. d4
e5 2. Kd2 Ke7 3. b4 Kd6 4. f3 Kd5 5. e4+ Kxd4 6. Ke1 mat. Er zijn
mensen die dit onzin vinden, er zijn mensen die dit
interessant vinden en er zijn mensen zoals ik, die er alleen maar ontzettend
om moeten lachen. Maar waarschijnlijk zijn er in Nederland geen duizend
mensen die een boek met dit soort grapjes willen kopen en dat is toch
ongeveer het minimum waar je op moet kunnen rekenen voordat je naar de
drukker gaat. Het
onderwerp van dit manuscript lijkt erg op het onderwerp dat (nu, dus 18 jaar
later) wordt behandeld op de website
http://www.janko.at/Retros/Records/ShortestMate/index.htm. Daar vindt u ook
nog meer mogelijkheden om in zes zetten mat te geven met de witte koning. Het
vele werk van Welling heeft in elk geval geleid tot een serie artikelen in
Schakend Nederland van 1988 tot 1995 en dat is minstens zo mooi als een boek.
En jaren later nog eens tot deze column. Met tot slot weer een grapje: hoe
bereik je vanuit de beginstelling zo snel mogelijk eeuwig schaak? 1. f4 e5 2. Kf2 Df6 3. Kg3 Dxf4+ En zwart
kan eeuwig schaak geven. Volgens mij kan zwart nu ook in twee zetten mat
geven, maar ja... dat was de vraag niet. Johan Hut |