|
Goed voorbeeld
doet goed volgen
Twee
zeer beroemde partijfragmenten kwamen de afgelopen weken weer eens onder mijn
aandacht. Het eerste was een komisch aanvalsidee, dat na veertien jaar met
succes werd nagedaan. Het tweede was een eindspelmanoeuvre, waarvan de
veelgeprezen uitvoerder zomaar vertelde dat het idee eigenlijk van iemand
anders was. Voor de
zoveelste keer, Short-Timman, Tilburg 1991. Ik zal
het deze keer kort houden.
Zwart
staat helemaal aangekrant, maar denkt dat als hij
met zijn toren van e8 heen en weer schuift, wit niet verder komt. In plaats
daarvan moet hij Lc8 spelen, waarna wit geen toren op de zevende rij kan
handhaven. Het vervolg: 31. Kh2 Tc8 32. Kg3 Tce8 Op
32...Dxa4 (om via c2 naar f5 te gaan) is 33.Pg5 verwoestend, wat met de dame
op c6 vanwege Dxg2 niet mogelijk was. 33.Kf4 Lc8 34. Kg5 Zwart
geeft het op. Zowel na 34...Lxd7 35.Kh6 als na 34...Kh7 35.Dxg6+ loopt het
mat. Veertien
jaar later. In het kampioenschap van Spanje staat in de partij Rivas-Rodriguez de volgende stelling op het bord.
Wits
toren staat beter dan die van zwart, maar hoe maakt hij het af? Zal Rivas aan Short gedacht hebben? 29. Kg3 a4 30. Kh4 axb3 31. axb3 Wit
speelt het voorzichtig. Hij mag ook al 31. Kg5 spelen, want als zwart met
zijn pion doorloopt, gaat hij na 31...bxa2 32. Df6 Kh7
33. Dxg6+ of 31...f6+ 32. Kh6 bxa2 33. Tg7+ Kh8 34. Dc7 mat. 31...Df1
32. Kg5!! Dat is
even schrikken. Na 32...Dxg2+ 33. Kh6 f6 34. Tg7+ Kh8 werkt Dc7 niet vanwege
Dg5 en wit staat mat, maar 35. Tf7!! is wel een
fraai slot. 32...h4 33. Kh6 De2 34. f3 f6 35.
Tg7+ Kh8 36. Dc7 Zwart
geeft het op. Henk
Dissel wees me op het forum van UtrechtSchaak op
deze partij, die ik anders niet zou hebben gevonden. Rivas heeft dus iets gedaan wat Short hem heeft voorgedaan.
Goed voorbeeld doet goed volgen. Dat geldt ook voor het volgende geval, maar
dan andersom. Zeg “Lh3 van Shirov”
en iedereen zegt: o ja. Maar was het idee wel van Shirov?
Topalov-Shirov, Linares 1998. Zwart staat
twee pionnen voor, maar vanwege de lopers van ongelijke kleur lijkt het remise. Wit gaat met zijn koning op e3 of zelfs d4
staan en zwart komt niet verder. Shirov komt echter
op een fabelachtig idee: 47...Lh3!! Plof.
Wit moet het offer wel aannemen, want na 48. Kf2 Kf5 komt zwart ook met zijn
koning op e4, tenzij wit zijn g-pion geeft, maar
dat is ook heilloos. 48. gxh3 Kf5 49. Kf2 Ke4 50. Lxf6
d4 51. Le7 Kd3 52.
Lc5 Kc4 53. Le7 Kb3 Wit
geeft het op. De zet
Lh3 werd over de hele wereld geprezen als de zet van het toernooi, de zet van
het jaar enzovoort. Tim Krabbé zette hem op zijn
site zelfs op de tweede plaats van zijn lijst ‘Most fantastic
moves ever played’. Wat
een genie, die Alexei Shirov. Jawel, hij is een genie, maar dit idee was
toevallig niet van hem. In het onlangs verschenen deel 2 van zijn
partijverzameling ‘Fire on
Board’ laat hij doodleuk zien hoe hij zeven jaar eerder (Biel 1991) van Ulf Andersson verloor.
Andersson heeft zwart. En u raadt het al. 44...Lxh4!! 45. Kxh4 Kf5 46. Kg3 Ke4 47. Kf2 Kd3 48. Ke1 Kxc4 49.
Kd2 Kb4 50. Kc2 e4 51. Lg4 a4 52. Lf5 e3 53. Le6 c4 Wit
geeft het op. Het idee
van Andersson is misschien niet zo moeilijk als dat
van Shirov. Andersson
slaat een pion, Shirov plaatst zijn loper in het
luchtledige. Niettemin geeft Shirov in zijn boek,
als een goed sportman, ruiterlijk toe dat het Anderssons idee was. En dat is toch een opmerkelijke
bekentenis, als commentatoren gezegd hebben dat je een van de mooiste zetten
uit de schaakgeschiedenis hebt gespeeld. Johan Hut |