|
Schaakbestuur
zonder schakers
Het
plotselinge aftreden van KNSB-penningmeester Erik Both, een jaar na zijn aantreden, roept de vraag op wat
er binnen het bestuur gaande is. Wat is de visie, wat zijn de plannen en wat
voor bestuursleden horen daarbij? Ik heb de informatie voor u op een rijtje
gezet en stuitte daarbij vanzelf op een paar vragen. Bijvoorbeeld: waarom
zitten er bijna geen schakers meer in het bestuur? Probleemanalyse
In
november 2004 keurde de bondsraad de begroting goed, maar slechts met een
kleine meerderheid. Die krappe meerderheid vond het bestuur een aantasting
van het vertrouwen. Concrete problemen waren de presentatie van de cijfers
(niet inzichtelijk), de grote uitgaven aan de Schaakacademie en de zware
bezetting van het bondsbureau. Voorzitter Ernst Enschedé en penningmeester
Ben Steffers voelden zich verantwoordelijk en
traden af. De overige bestuursleden stelden hun functie ook ter beschikking,
maar verklaarden zich bereid deze weer op te pakken.
Eerst moest een commissie van wijze mannen, onder aanvoering van
oud-voorzitter en erelid Herman Hamers, een probleemanalyse opstellen. Tevens
ging de commissie op zoek naar vervangers van de afgetreden bestuursleden.
Uitkomst was dat Erik Both penningmeester werd en
Joop Roozeboom enige tijd later voorzitter en dat
de overige bestuursleden hun functie weer konden oppakken. Hun werd kennelijk
niets verweten. Reorganisatie
Roozeboom was eerder voorzitter van de rugbybond en had daar het
bondsbureau gereorganiseerd en meegemaakt dat het ledenaantal toenam. Twee
ontwikkelingen die de KNSB ook kon gebruiken. In de bondsraad trof hij een
verzuurde sfeer aan, een sfeer van onderlinge verwijten, zo zei hij tegen Minze bij de Weg voor het oktobernummer van
Schaakmagazine. Die sfeer wilde hij veranderen (“er moet meer gelachen
worden”), maar heel concreet begon hij met de reorganisatie van het
bondsbureau. De bezetting ging omlaag en enkele functionarissen werden
vervangen. Vervolgens stelde hij een plan op dat hij in de bondsraad van
november presenteerde (zie Schaakmagazine november). Het ledental moet met
maar liefst vijftig procent toenemen (dus van 24.000 naar 36.000), waarbij de
belangrijkste doelgroepen de jeugd en de ‘masters’
zijn. Masters zijn mensen
tussen 45 en 65 jaar, zo wist Roozeboom, die in het
dagelijks leven PR-adviseur is. Vervanging
‘Om de
ambitieuze plannen te kunnen uitvoeren werd tijdens de Bondsraad het KNSB-bestuur vernieuwd’, was in Schaakmagazine te lezen.
Dat is nogal wat. Waren de zittende bestuursleden niet capabel? Het vertrek
van Harrie Muhren was
niet zo opzienbarend. Hij had er al acht van de beoogde negen jaren opzitten
en liet weten meer tijd te willen besteden aan zijn sterk groeiende bedrijf
en zijn gezin. Voor iemand die in loondienst was toen hij aan zijn functie begon,
is dat een plausibele verklaring. Wim Arns en Willem
Bor zaten veel korter in het bestuur. Hun vertrek
heeft vooral te maken met de vervangers die Roozeboom
had gevonden. Advocaat Theo Roest, internationaal manager Wim
Hoebert en financieel manager Dirk Jan van der
Linden (de laatste nam vorige week het penningmeesterschap over van Erik Both) werden geschikt geacht om het bestuurlijk
apparaat en de juridische dienstverlening te verbeteren en een marketing- en
sponsorapparaat op te zetten. Maar ik blijf zitten met de vraag: zou een
bestuur met Muhren, Bor
en Arns de plannen van Roozeboom
niet hebben kunnen uitvoeren? Waarom laat je de goedwillende adviseurs niet
adviseren in plaats van de stoelen in te nemen? Meepraten?
Aan de
vervanging van Erik Both zit iets raars. Both wilde als bestuurslid graag meepraten over alle
bestuurstaken, zo liet hij de bondsraad weten. Roozeboom
vindt echter dat een penningmeester zich met geld moet bezighouden en niet
met andere dingen. Persoonlijk voel ik meer voor de opvatting van Both; een penningmeester is ook bestuurslid. De kwestie
wordt pas echt vreemd als je de motivatie leest die opvolger Van der Linden
naar de bondsraad heeft gestuurd: “De schaakbond is in een
veranderingssituatie om het dalend ledenaantal een
halt toe te roepen. Daar zijn plannen voor in ontwikkeling. Ik heb er zin in
een bijdrage aan deze verandering te geven. Dat sluit goed aan bij mijn
dagelijkse werkzaamheden in veranderingsland.” Los van het feit dat ik steeds
een lachstuip krijg van het laatste woord, denk ik: de penningmeester gaat
toch alleen over het geld? Mag Van der Linden wat Both
niet mocht? Schaakachtergrond
In mijn
inleiding kondigde ik het al aan: zitten er nog schakers in het bestuur? Ja, Roozeboom en Van der Linden hebben vroeger wel eens een
leuk potje geschaakt. Dat geloof ik direct, een bestuurslid zal nooit zeggen
dat hij de spelregels niet kent en dammen veel leuker vindt. Roest was een
sterke jeugdschaker, maar dat is meer dan twintig jaar geleden. Van Hoebert is geen schaakachtergrond bekendgemaakt. Geen van
vieren is lid van een schaakclub! De sterkste schaker in het bestuur is Esther de Kleuver, die tot de
nationale vrouwentop heeft behoord. Ook Monique Stam zou ik een schaker
noemen. Zij leerde haar zoon de spelregels en toen hij sterk werd, besloot ze
bij de schaakclub Baarn kinderen les te geven in
stap 1. Van daaruit rolde ze de diverse besturen in. Als ik mensen zou
verdelen in schakers en niet-schakers, zit Sytze Faber er tussenin. Hij doet jaarlijks mee aan het parlementariërstoernooi in Wijk aan Zee en rolde de
schaakwereld in toen de gemeente Hoogeveen, waarvan
hij burgemeester was, het VAM-toernooi (nu Essent-toernooi) organiseerde. Hij is geen clubschaker,
maar kende de schaakwereld al redelijk goed voordat hij in het KNSB-bestuur kwam. Target
Voor Roozeboom, Roest, Hoebert en
Van der Linden geldt dat niet. De mannen die de KNSB nieuw elan moeten geven,
kennen de schaakwereld niet. In hun voordeel spreekt dat ze ontegenzeggelijk
grote capaciteiten hebben. Maar wat doen deze mannen als het beoogde
resultaat uitblijft? Zij hebben hun lot verbonden aan wat ze zelf
ongetwijfeld hun ‘target’ zullen noemen, want dat is hun taal. Het is een
ander soort bestuurders dan de schaakliefhebbers die hun bond willen
besturen. De KNSB is hun bond namelijk niet, de KNSB is een onbekende bond
die problemen heeft, die zij denken te kunnen oplossen. Misschien slagen zij
daarin en dan staan we allemaal te juichen. Maar ik blijf het raar vinden, een KNSB-bestuur bijna
zonder schakers. Netwerken
Tot slot
nog een citaat van Joop Roozeboom uit
Schaakmagazine: “Een schaakvereniging is meer dan schaken alleen: de
vereniging biedt aan volwassen leden ook gezelligheid, contacten en de
mogelijkheid om te netwerken.” Netwerken? Ooit een clubschaker ontmoet die
lid werd om te netwerken? Roozeboom had het
verschil tussen schakers en managers niet treffender kunnen verwoorden. Johan Hut. |