|
Werle of Van den Doel?
De
KNSB heeft de deelnemerslijst voor het Nederlands kampioenschap
bekendgemaakt, zie ons bericht eerder deze week. Als hoogste ratinghouder is Ivan Sokolov aan het veld
toegevoegd (dat is reglementair vastgelegd). De eerste wildcard is toegewezen
aan Jan Timman en de tweede aan Jan Werle. Sterkste gepasseerde speler is Erik van den Doel,
waarmee de KNSB de kans mist om de sterkste negen actieve schakers van
Nederland op het NK te krijgen. Onderbouwing
Hoofdverantwoordelijk
binnen het KNSB-bestuur is Sytze
Faber, die topschaak in zijn portefeuille heeft. Op
het bondsbureau is Jeroen Bosch (‘directeur
sportief’) zijn rechterhand, maar die kon deze keer niet meepraten, hij is
zelf namelijk deelnemer. Van de overige bestuursleden (allemaal nieuw en
bijna allen van buiten de schaakwereld) kun je je
afvragen of die de spelers al zo goed kennen dat ze een oordeel kunnen geven.
Gelukkig heeft Faber desgevraagd wel een stevige
onderbouwing van de keus voor Jan Werle: “Het hoofddoel van de wildcard, zo staat het in
de annalen beschreven, is het bevorderen van de doorstroming van jonge,
talentvolle en/of aansprekende, kleurrijke spelers. Pas als er niet zo’n speler beschikbaar is (dus doelbewust als secundair
criterium), wordt de plaatsingslijst gevolgd. We waren van oordeel dat er in
de persoon van Werle wel zo’n
kandidaat voorhanden is.” Jan
Timman
Let op de woordjes en/of: de speler hoeft geen jong
talent te zijn en hij hoeft niet kleurrijk te zijn, een van de criteria kan
volstaan. Zo is Jan Timman geen jong talent, maar
wel aansprekend en kleurrijk. Hij heeft zijn wildcard niet gekregen op basis
van recente resultaten; in zijn laatste twee toernooien (Pamplona
en Reykjavik) scoorde hij slecht. Behalve zijn kleurrijke verschijning (Timman trekt altijd de aandacht van de pers) speelt mee
dat de KNSB na 1998 zeven jaar lang gesmeekt heeft of Timman,
de negenvoudig kampioen, weer wilde meedoen. Nu hij
weer wil, staat zijn wildcard niet ter discussie, lijkt me. Jan
Werle
Wat betreft Jan Werle: ik
zou hem een prima kandidaat willen noemen. Nadat hij na een jaar profschaker
te zijn geweest rechten ging studeren, is hij (toch nog) opgeklommen naar een
stevige tiende plaats op de Nederlandse ranglijst. Vorig jaar werd hij op het
laatste moment opgeroepen voor het NK (als invaller voor de geblesseerde Timman) en scoorde keurig vijftig procent. Bij het Corus-toernooi werd hij gedeeld tweede in de C-groep en scoorde daarmee zijn beslissende
grootmeesternorm. Vervolgens speelde hij een uitstekend toernooi in Nantes (Frankrijk), een gesloten tienkamp. Helaas verloor
Werle van de zwakste deelnemer, maar dat maakte hij
goed door wereldtopper Sasikiran te verslaan,
waardoor hij gedeeld derde werd. Een jonge toptienspeler die goede
toernooiresultaten boekt, is een prima kandidaat voor de wildcard. Erik
van den Doel
Probleem is alleen, dat Erik van den Doel een nog
betere kandidaat is. Het enige dat tegen hem spreekt, is dat hij op het
vorige NK geen vijftig procent scoorde. Dat kun je echter relativeren door te
stellen dat hij maar een half punt minder scoorde dan Werle.
Op het moment dat Werle een goed
Corus-toernooi speelde, won Van den Doel een open
toernooi in Bad Zwesten (Duitsland). Hij heeft maar
liefst 50 Elo-punten meer dan Werle
en door zijn zoveelste hoge score in de Bundesliga
stijgt hij naar bijna 2600. Dat laatste (toekomstige ratings) houdt de KNSB
natuurlijk niet bij, maar een potentiële 2600-speler moet je niet buiten het
NK houden. Een heel belangrijk punt voor Van den Doel is, dat hij in het team
zat dat Nederland het bejubelde Europees
kampioenschap bracht en daarbij (net als de anderen) een kleine plusscore
boekte. Elo-criterium
De wildcard wordt niet op basis van Elo-ratings verleend en daar ben ik het mee eens. De
eerste vrije plaats ging reglementair naar de speler met de hoogste Elo (Sokolov), de eerste
wildcard ging toevallig naar de daaropvolgende hoogste (Timman).
Zou je de tweede wildcard ook automatisch op basis van Elo
verlenen, dan kun je het begrip wildcard net zo goed schrappen. Maar dat wil
nog niet zeggen dat je de ratings er helemaal niet bij mag betrekken. Naar
mijn mening is het verschil van 50 punten zo groot, dat je dat niet kunt
uitvlakken met de kleine pluspunten die Werle op
Van den Doel heeft. Vooral niet omdat, zoals hierboven beschreven, Van den
Doel ook kleine pluspunten op Werle heeft. Gouden
plak
De Europese titel vind ik daarbij van doorslaggevend
belang. O, wat hebben wij die gouden plak met z’n
allen bejubeld. Ivan Sokolov
werd zelfs benoemd tot lid van verdienste van de KNSB (de anderen waren dat
al). Maar de spelers dachten aan het oude gezegde ‘geen dank, geen hulden,
liever een gulden’. Zij hadden een financiële bonus verwacht, maar kregen die
niet. Procedureel klopte dat, maar de KNSB had er goed aan gedaan toch alle
spelers een tastbare beloning te geven in de vorm van een aantrekkelijke
uitnodiging voor een of ander, voor iedere speler is wel iets te bedenken. In
het geval van Van den Doel had dat de uitnodiging
voor het NK kunnen zijn. En laten we wel wezen, ik pleit hier niet voor een
uitzonderingsregel voor een toevallige speler, we hebben het hier wel over
een speler die afwisselend nummer vijf en zes van Nederland is. Niemand zou
de keuze voor Erik van den Doel hebben betwist. Johan Hut |