TOP

Column


Wat Bronstein kan, kan ik ook?

 

David Bronstein

Bij de diverse necrologieën van David Bronstein werden uiteraard vele prachtige partijen getoond. Een van de beroemdste daarvan was een partij tegen Ljubomir Ljubojevic, uit het interzonetoernooi van Petropolis in 1973. Een prachtig torenoffer waarvan de juistheid niet direct was uit te rekenen. Waarschijnlijk was het offer ook niet correct, maar Bronstein won wel. Bij het bestuderen van deze partij kwam ik tot een opmerkelijke ontdekking. Minstens twee gerenommeerde grootmeesters hebben naderhand geprobeerd tegen Ljubojevic op dezelfde manier te winnen. Wat moeten die mannen gedacht hebben? Dat Ljubo er nog een keer zou intrappen? Ze kregen beiden het lid op de neus.

 

WK-kandidaten

Eerst maar eens die bijzondere partij. Hij werd gespeeld in een van de twee interzonetoernooien van 1973, in Petropolis, een voorstad van Rio de Janeiro. De Braziliaan Mecking won het toernooi in zijn thuisland en plaatste zich samen met Poloegajevski en Portisch voor de kandidatenmatches. Vanuit het andere interzonetoernooi (Leningrad) plaatsten zich Karpov, Kortchnoi en Byrne. De matches eindigden in een finale tussen Karpov en Kortchnoi. De jonge Karpov won Ljubojevic tijdens Amber 2006 met 12,5-11,5 en mocht Fischer uitdagen voor een WK-match, een match die nooit gespeeld zou worden. Bronstein werd zesde in Petropolis, Ljubojevic negende. De 49-jarige Bronstein had lang daarvoor, in 1956 voor het laatst aan een kandidatentoernooi meegedaan. De 22-jarige Ljubojevic stond juist aan het begin van zijn carričre en bereikte later de topvijf van de wereld. In 1987 won Ljubo samen met Kasparov een toernooi in Brussel, voor Karpov, Kortchnoi en Timman. Twee jaar later won hij in Barcelona, weer samen met Kasparov, voor bijna de hele wereldtop van dat moment. Vreemd genoeg bereikte Ljubo nooit de kandidatenmatches en waarschijnlijk is het daarom, dat hij niet tot de groten in de schaakgeschiedenis wordt gerekend. Iedereen die hem meemaakt bij een analyse na een competitiewedstrijd van HSG, voelt echter met een levende legende te maken te hebben.

 

Bronstein-Ljubojevic (zie de partij in gameviewer)

Petropolis 1973

1.e4 Pf6 2.e5 Pd5 3.d4 d6 4.c4 Pb6 5.f4 dxe5 6.fxe5 c5 7.d5 e6 8.Pc3 exd5 9.cxd5 c4 10.Pf3 Lg4 11.Dd4 Lxf3 12.gxf3 Lb4 13.Lxc4 0-0 14.Tg1 g6 15.Lg5 Dc7

 

 

Dit is het grote moment. Zwart dreigt zowel Dxc4 als Lc5, wat wit alleen kan oplossen met Tg4, een niet zo mooie zet. Was Lg5 daarom al fout? Nee, er volgt een verrassing.

16.Lb3!!? Lc5 17.Df4 Lxg1 18.d6 Dc8 19.Ke2

Achteraf vonden beide spelers lange rokade beter. Nadeel daarvan is, dat wit een zet extra nodig heeft om Pe4 te spelen. Toch zou dat tegenkansen hebben voorkomen.

19...Lc5

Het cruciale moment in de partij. Beide spelers gaven achteraf aan dat zwart met Dc5 genoeg tegenspel had bereikt om zijn toren voorsprong te verzilveren, bijvoorbeeld 19...Dc5 20.Pe4 Db5+ 21.Ke1 P8d7 22.Pf6+ Pxf6 23.Lxf6 Pd7 en wit komt niet verder.

20.Pe4 P8d7 21.Tc1 Dc6

 

 

22.Txc5

De beslissing.

22...Pxc5 23.Pf6+ Kh8 24.Dh4 Db5+ 25.Ke3

Nog een belangrijk moment. Na 25.Kf2 Pd3+ 26.Kg1 Dc5+ zou zwart remisekansen krijgen.

25...h5 26.Pxh5 Dxb3+

Na 26...gxh5 27.Dxh5+ Kg7 28.Dh6+ Kg8 29.Dg6+ blijkt waarom zwart de loper er wel moet afslaan. Omdat Bronstein al in grote tijdnood was, speelde Ljubojevic door tot de tijdcontrole.

27.axb3 Pd5+ 28.Kd4 Pe6+ 29.Kxd5 Pxg5 30.Pf6+ Kg7 31.Dxg5 Tfd8 32.e6 fxe6+ 33.Kxe6 Tf8 34.d7 a5 35.Pg4 Ta6+ 36.Ke5 Tf5+ 37.Dxf5+ gxf5 38.d8D fxg4 39.Dd7+ Kh6 40.Dxb7 Tg6 41.f4

Zwart geeft het op.

 

Verbetering?

Nog in hetzelfde jaar speelde Ljubojevic tegen Florin Gheorghiu, in een toernooi in Manilla, de onder schakers bekende hoofdstad van de Filipijnen. De toen 29-jarige Gheorghiu is één van de grootste schakers uit de geschiedenis van Roemenië. Hij werd wereldjeugdkampioen in 1963 en tien keer kampioen van zijn land. Ongetwijfeld tot grote verbazing van Ljubojevic speelde Gheorghiu tegen hem hetzelfde offer. Uiteraard had hij dat niet toevallig zelf ook bedacht, maar kende hij de partij Bronstein-Ljubojevic. Wat moet Gheorghiu gedacht hebben?

1) Wat Bronstein kan, kan ik ook.

2) Die sufferd van een Ljubo trapt er nog wel een keer in.

3) Misschien heeft Ljubo er nooit meer naar gekeken.

4) Wat zou Ljubo erop bedacht hebben?

De vierde gedachte is de enig logische, maar waarom waagde de Roemeen de gok? Hij kon toch op zijn vingers natellen dat als Ljubojevic het op dezelfde stelling liet aankomen, hij ook een weerlegging van het offer had gevonden? De door Bronstein en Ljubo aangegeven weerlegging Dc5 kwam ook op het bord, zelfs een zet eerder. Zou Gheorghiu wel de partij hebben bekeken, maar geen weet gehad hebben van die verbetering? Destijds was er nog geen internet waar dit soort dingen direct werden gepubliceerd.

 

Gheorghiu-Ljubojevic (zie de partij in gameviewer)

Manilla 1973

We beginnen weer in de eerste diagramstelling.

 

16.Lb3!!? Lc5 17.Df4 Lxg1 18.Ke2

Hier wijkt Gheorghiu af, Bronstein speelde hier d6. Merk overigens op dat het simpele 18.Lf6 Dc5 19.Dh6 faalt op De3 met dameruil, een wending die steeds dreigt.

18...Dc5

Eén zet na zijn afwijking kan Gheorghiu al inpakken. Misschien wist Gheorghiu nog niet dat Bronstein en Ljubo dit als verbetering hadden aangegeven. Dat wit geen d6 heeft gespeeld is niet in zijn voordeel. Zwart dreigt vooral Df2 en Dxh2, zodat wit nooit met zijn dame op de h-lijn komt.

19.Txg1 Dxg1 20.Lf6 Dg2+ 21.Ke3 Dxb2 22.Kd3 P8d7 23.Pe4

Nu faalt 23.Dh6 op 23...Pc5+ 24.Kd4 (24.Ke3?? Dc1+) 24...Df2+ met dameruil.

23...Tac8 24.Dh6 Pxe5+ 25.Ke3 Tc3+

Wit geeft het op. Op Pxc3 volgt Dc1+ met damewinst.

 

Stoute schoenen

Het duurde zes jaar voordat weer iemand in een partij tegen Ljubojevic de stoute schoenen aantrok. In 1979 in het interzonetoernooi van Riga, de hoofdstad van Letland, kreeg Ljubo de 23-jarige Yehuda Grünfeld tegenover zich, een Pool die zich in Israël had gevestigd en daar in 1982 kampioen zou worden. Deze keer was het Ljubo zelf die van de stampartij afweek, maar vreemd genoeg op een manier die door Bronstein werd afgekeurd.

 

Grünfeld-Ljubojevic (zie de partij in gameviewer)

Riga 1979

We beginnen opnieuw in de eerste diagramstelling.

 

16.Lb3!!? Lc5 17.Df4 Lxg1 18.d6 Dc5

Hé, dat is de aangegeven verbetering, maar... een zet te vroeg, want wit heeft nog geen Ke2 gespeeld! Volgens Bronstein in zijn boek The Sorcerer’s Apprentice (De Tovenaarsleerling) zou 19.Pe4 nu heel goed zijn. Dat boek verscheen in 1995, dus ruim na deze partij. We zullen zien.

19.Pe4 Dd4 20.Td1 Dxb2 21.e6

 

 

Dit ziet er overtuigend uit. Zwart mag de pion uiteraard niet slaan, vanwege snel mat. Maar met een volle toren meer mag hij wel iets teruggeven.

21...P8d7 22.e7

Na 22.exf7+ Kh8 komt wit niet verder. Hij kan beter wat materiaal teruggrijpen.

22...Dxh2 23.exf8D+ Txf8 24.Dxh2 Lxh2

Even hout tellen: zwart heeft twee pionnen meer en wordt niet matgezet.

25.Pf6+ Kg7 26.Pxd7 Pxd7 27.Le7 Tb8 28.Kf2 Le5 29.Tc1 Pc5 30.Td1 Lf6 31.Lxf6+ Kxf6 32.Lc4 Td8 33.Kg3 a6 34.Lf1 Ke5 35.f4+ Ke6 36.Lc4+ Kf6 37.Kf3 b5

Wit geeft het op. Zijn d-pion gaat verloren waarna zwart een eenvoudig gewonnen eindspel heeft.

 

Geniaal

Wat moet nou de conclusie zijn? Rationeel gesproken zeg ik dat Ljubojevic, zoals het een goed schaker betaamt, zijn nederlaag zorgvuldig heeft bestudeerd en de stelling na het offer nu tot in de puntjes beheerst. Een mooiere conclusie is echter, dat het offer van Bronstein zo geniaal was, dat niemand hem dat kon nadoen. De zet 16.Lb3 spelen, ja, dat kan iedereen in die stelling. Maar de stelling vervolgens tot winst voeren, daarvoor moet je een genie zijn.

 

Johan Hut.