|
Wat Bronstein kan, kan ik ook?
Bij de
diverse necrologieën van David Bronstein
werden uiteraard vele prachtige partijen getoond. Een van de beroemdste
daarvan was een partij tegen Ljubomir Ljubojevic, uit het interzonetoernooi van Petropolis in 1973. Een prachtig
torenoffer waarvan de juistheid niet direct was uit te rekenen.
Waarschijnlijk was het offer ook niet correct, maar Bronstein
won wel. Bij het bestuderen van deze partij kwam ik tot een opmerkelijke
ontdekking. Minstens twee gerenommeerde grootmeesters hebben naderhand
geprobeerd tegen Ljubojevic op dezelfde manier te
winnen. Wat moeten die mannen gedacht hebben? Dat Ljubo
er nog een keer zou intrappen? Ze kregen beiden het lid op de neus. WK-kandidaten
Eerst
maar eens die bijzondere partij. Hij werd gespeeld in een van de twee
interzonetoernooien van 1973, in Petropolis, een
voorstad van Rio de Janeiro.
De Braziliaan Mecking won het toernooi in zijn
thuisland en plaatste zich samen met Poloegajevski
en Portisch voor de kandidatenmatches. Vanuit het
andere interzonetoernooi (Leningrad) plaatsten zich Karpov,
Kortchnoi en Byrne. De
matches eindigden in een finale tussen Karpov en Kortchnoi. De jonge Karpov won
Bronstein-Ljubojevic (zie
de partij in gameviewer) Petropolis 1973 1.e4
Pf6 2.e5 Pd5 3.d4 d6 4.c4 Pb6 5.f4 dxe5 6.fxe5 c5 7.d5 e6 8.Pc3 exd5 9.cxd5
c4 10.Pf3 Lg4 11.Dd4 Lxf3 12.gxf3 Lb4 13.Lxc4 0-0 14.Tg1 g6 15.Lg5 Dc7
Dit
is het grote moment. Zwart dreigt zowel Dxc4 als Lc5, wat wit alleen kan
oplossen met Tg4, een niet zo mooie zet. Was Lg5 daarom al fout? Nee, er
volgt een verrassing. 16.Lb3!!? Lc5 17.Df4 Lxg1 18.d6 Dc8 19.Ke2 Achteraf
vonden beide spelers lange rokade beter. Nadeel daarvan is, dat wit een zet
extra nodig heeft om Pe4 te spelen. Toch zou dat tegenkansen hebben
voorkomen. 19...Lc5 Het
cruciale moment in de partij. Beide spelers gaven achteraf aan dat zwart met
Dc5 genoeg tegenspel had bereikt om zijn toren voorsprong te verzilveren,
bijvoorbeeld 19...Dc5 20.Pe4 Db5+ 21.Ke1 P8d7 22.Pf6+ Pxf6 23.Lxf6 Pd7 en wit
komt niet verder. 20.Pe4 P8d7 21.Tc1 Dc6
22.Txc5 De
beslissing. 22...Pxc5 23.Pf6+ Kh8 24.Dh4 Db5+
25.Ke3 Nog een
belangrijk moment. Na 25.Kf2 Pd3+ 26.Kg1 Dc5+ zou zwart remisekansen krijgen. 25...h5
26.Pxh5 Dxb3+ Na
26...gxh5 27.Dxh5+ Kg7 28.Dh6+ Kg8 29.Dg6+ blijkt waarom zwart de loper er
wel moet afslaan. Omdat Bronstein al in grote
tijdnood was, speelde Ljubojevic door tot de
tijdcontrole. 27.axb3
Pd5+ 28.Kd4 Pe6+ 29.Kxd5 Pxg5 30.Pf6+ Kg7 31.Dxg5 Tfd8 32.e6 fxe6+ 33.Kxe6
Tf8 34.d7 a5 35.Pg4 Ta6+ 36.Ke5 Tf5+ 37.Dxf5+ gxf5 38.d8D fxg4 39.Dd7+ Kh6
40.Dxb7 Tg6 41.f4 Zwart
geeft het op. Verbetering?
Nog in
hetzelfde jaar speelde Ljubojevic tegen Florin Gheorghiu, in een
toernooi in Manilla, de onder schakers bekende hoofdstad van de Filipijnen. De toen 29-jarige Gheorghiu
is één van de grootste schakers uit de geschiedenis van Roemenië. Hij werd
wereldjeugdkampioen in 1963 en tien keer kampioen van zijn land. Ongetwijfeld
tot grote verbazing van Ljubojevic speelde Gheorghiu tegen hem hetzelfde offer. Uiteraard
had hij dat niet toevallig zelf ook bedacht, maar kende hij de partij Bronstein-Ljubojevic. Wat moet Gheorghiu
gedacht hebben? 1) Wat Bronstein kan, kan ik ook. 2) Die
sufferd van een Ljubo trapt er nog wel een keer in. 3)
Misschien heeft Ljubo er nooit meer naar gekeken. 4) Wat
zou Ljubo erop bedacht hebben? De
vierde gedachte is de enig logische, maar waarom waagde de Roemeen de gok?
Hij kon toch op zijn vingers natellen dat als Ljubojevic
het op dezelfde stelling liet aankomen, hij ook een weerlegging van het offer
had gevonden? De door Bronstein en Ljubo aangegeven weerlegging Dc5 kwam ook op het bord,
zelfs een zet eerder. Zou Gheorghiu wel de partij
hebben bekeken, maar geen weet gehad hebben van die verbetering? Destijds was
er nog geen internet waar dit soort dingen direct
werden gepubliceerd. Gheorghiu-Ljubojevic (zie de
partij in gameviewer)
Manilla
1973 We
beginnen weer in de eerste diagramstelling.
16.Lb3!!?
Lc5 17.Df4 Lxg1 18.Ke2 Hier
wijkt Gheorghiu af, Bronstein
speelde hier d6. Merk overigens op dat het simpele 18.Lf6 Dc5 19.Dh6 faalt op
De3 met dameruil, een wending die steeds dreigt. 18...Dc5 Eén zet
na zijn afwijking kan Gheorghiu al inpakken.
Misschien wist Gheorghiu nog niet dat Bronstein en Ljubo dit als
verbetering hadden aangegeven. Dat wit geen d6 heeft gespeeld is niet in zijn
voordeel. Zwart dreigt vooral Df2 en Dxh2, zodat wit nooit met zijn dame op
de h-lijn komt. 19.Txg1 Dxg1 20.Lf6 Dg2+ 21.Ke3
Dxb2 22.Kd3 P8d7 23.Pe4 Nu faalt
23.Dh6 op 23...Pc5+ 24.Kd4 (24.Ke3?? Dc1+) 24...Df2+
met dameruil. 23...Tac8
24.Dh6 Pxe5+ 25.Ke3 Tc3+ Wit
geeft het op. Op Pxc3 volgt Dc1+ met damewinst. Stoute
schoenen
Het
duurde zes jaar voordat weer iemand in een partij tegen Ljubojevic
de stoute schoenen aantrok. In 1979 in het interzonetoernooi van Riga, de
hoofdstad van Letland, kreeg Ljubo de 23-jarige Yehuda Grünfeld tegenover zich,
een Pool die zich in Israël had gevestigd en daar in 1982 kampioen zou
worden. Deze keer was het Ljubo zelf die van de
stampartij afweek, maar vreemd genoeg op een manier die door Bronstein werd afgekeurd. Grünfeld-Ljubojevic (zie de
partij in gameviewer)
Riga
1979 We
beginnen opnieuw in de eerste diagramstelling.
16.Lb3!!? Lc5 17.Df4 Lxg1 18.d6 Dc5 Hé,
dat is de aangegeven verbetering, maar... een zet te vroeg, want wit heeft
nog geen Ke2 gespeeld! Volgens Bronstein in zijn
boek The Sorcerer’s Apprentice
(De Tovenaarsleerling) zou 19.Pe4 nu heel goed zijn. Dat boek verscheen in
1995, dus ruim na deze partij. We zullen zien. 19.Pe4 Dd4 20.Td1 Dxb2 21.e6
Dit ziet
er overtuigend uit. Zwart mag de pion uiteraard niet slaan, vanwege snel mat.
Maar met een volle toren meer mag hij wel iets teruggeven. 21...P8d7 22.e7 Na
22.exf7+ Kh8 komt wit niet verder. Hij kan beter wat materiaal teruggrijpen. 22...Dxh2 23.exf8D+ Txf8 24.Dxh2
Lxh2 Even
hout tellen: zwart heeft twee pionnen meer en wordt niet matgezet. 25.Pf6+
Kg7 26.Pxd7 Pxd7 27.Le7 Tb8 28.Kf2 Le5 29.Tc1 Pc5 30.Td1 Lf6 31.Lxf6+ Kxf6
32.Lc4 Td8 33.Kg3 a6 34.Lf1 Ke5 35.f4+ Ke6 36.Lc4+ Kf6 37.Kf3 b5 Wit
geeft het op. Zijn d-pion gaat verloren waarna
zwart een eenvoudig gewonnen eindspel heeft. Geniaal
Wat moet
nou de conclusie zijn? Rationeel gesproken zeg ik dat Ljubojevic,
zoals het een goed schaker betaamt, zijn nederlaag
zorgvuldig heeft bestudeerd en de stelling na het offer nu tot in de puntjes
beheerst. Een mooiere conclusie is echter, dat het offer van Bronstein zo geniaal was, dat niemand hem dat kon nadoen.
De zet 16.Lb3 spelen, ja, dat kan iedereen in die
stelling. Maar de stelling vervolgens tot winst voeren, daarvoor moet je een
genie zijn. Johan Hut. |