ColumnEen zak geld voor
een
blik grootmeesters
Zelden
(nooit?) zullen twee promovendi in de hoogste klasse van de KNSB-competitie zo overtuigend zijn begonnen als dit
seizoen. Hotels.nl uit Groningen won de eerste vier wedstrijden en werd in de
vijfde ronde een halt toegeroepen door collega-promovendus HMC Calder uit Den Bosch. De Brabanders stellen zich daarmee
ook nadrukkelijk kandidaat voor een plaats in de play-offs.
Kun je zo’n plaats kopen door met een zak geld een
blik grootmeesters open te trekken? En interessanter: wil je dat? De
werkelijke vragen liggen veel genuanceerder. Gedumpt
Omdat ik
als schaakmedewerker van de Gooi- en Eemlander HSG
en BSG in mijn pakket heb, verdiep ik me al acht jaar in de voor- en nadelen
van sponsoring in de KNSB-competitie. Ook bij
andere clubs ben ik altijd op zoek gegaan naar de motieven voor sponsoring en
de bezwaren daartegen. Het zal de lezer wellicht verbazen, maar die liggen
bij elke club anders. Laten we
beginnen bij HMC Calder, dat zaterdag verrassend
van Hotels.nl won. Vorig jaar werden de Bosschenaren kampioen in de eerste
klasse. Om in de meesterklasse te kunnen meedraaien, werd het aantal betaalde
gastspelers verhoogd. Dat leek niet zo sympathiek, want enkele spelers die
het team aan het kampioenschap hadden geholpen, zouden daardoor worden
gedumpt. Bestudering van de cijfers leert dat Jeroen
van den Bersselaar, die in het kampioensteam keurig
6 uit 9 scoorde, is teruggezet naar het tweede team. Ook Robin
Swinkels (5 uit 8) speelt niet meer mee, maar hij
vond onderdak bij SMB. Hoe belangrijk is behoud in
de hoogste klasse, als je dat doet met buitenlandse grootmeesters in plaats
van je eigen jongens? Kansen voor jongeren
Deze
vraag kwam aan de orde op het forum van UtrechtSchaak.
HMC-coryfee René Olthof gaf uitleg. In de rijstebrij van dit forum kan ik
het uiteraard niet meer vinden, maar ik herinner me de essentie nog wel. Die
was dat vijf (jonge) spelers uit de eigen kweek de gelegenheid werd geboden
met de eigen club competitie te spelen op het hoogste niveau, door met geld
vijf sterkere spelers erbij te halen. Zou je niet sponsoren, dan zou je die
jeugdspelers misschien verliezen. De
huidige scoretabel laat zien dat die gedachte inderdaad gevolgd wordt. De
Letse broers Fridman, de Deen Pedersen,
Intern toernooi
Gaat het
er bij mijn club HSG net zo aan toe? Nee, absoluut niet. Ja, we hebben Henk Vedder als jonge regionale held, maar hij heeft de
sponsoring niet nodig om zich op dit niveau te handhaven. Hij was zelfs al
eens topscorer van de meesterklasse! HSG wordt almaar versterkt om eindelijk
eens de droom van het landskampioenschap waar te maken. Mecenas
(geldschieter) Joop van Oosterom is een
oorspronkelijke HSG’er, maar van de spelers is niemand dat. Vraag rijst dus,
wat je er eigenlijk aan hebt, als er een team landskampioen wordt dat HSG
heet, maar waarvan je de spelers niet kent. Om aan die kritiek tegemoet te
komen, bedacht teamleider Jan Stomphorst het interne
Zwitsers toernooi. Zeven keer per jaar komt een groot aantal spelers van het
eerste team naar de clubavond om de strijd aan te binden met spelers uit het
tweede en het derde. De sterkste is meestal Friso Nijboer, verder zijn dit jaar De Vreugt,
Stellwagen, L’Ami, Smeets, Delemarre, Douven en Vedder present. De
spelers van het tweede en derde zijn er dolblij mee, maar ook bij de spelers
van de andere teams wekt het sympathie. Geen sponsor meer
De Gooise buurman BSG is nooit zover gekomen. Wel was de
vraag hetzelfde: wat heb je aan een hoge klassering, als je de spelers niet
kent? Maar van Glek, Barsov
of Kasimdzhanov kun je niet verwachten dat ze zeven
maandagavonden naar Bussum komen. Ook Nederlandse
spelers als Van den Doel, Vanheste en Van der Werf
beperkten zich tot hun negen KNSB-potjes. Niet uit
onwil, maar omdat BSG verder geen initiatieven nam. Als vond ik het wel heel
wrang toen het jaarlijkse weekendtoernooi met Pinksteren eens gespeeld werd
zonder ook maar een enkele gastspeler van de eigen club! Nog erger was, dat
de oer-BSG’ers Peek en Booij door buitenlandse
grootmeesters werden verdrongen en daarop de overstap maakten naar Sopsweps’29. Dat deed voor de leden de deur dicht. Toen
na Baldwin en Van Berkel
ook Magnus aankondigde na drie of vier jaar de
sponsoring te beëindigen, vond de ledenvergadering het genoeg geweest. Op
voorstel van het bestuur besloot ze niet op zoek te gaan naar een nieuwe
sponsor. Vrijwillige degradatie was zelfs het gevolg. Om toch in elk geval
het eersteklasserschap te behouden, werd voor de tweede helft van het vorig seizoen Hans Ree als deus ex machina uit een onbekend
potje betaald. Dit jaar is Leon Pliester
als eerstebordspeler aangetrokken. Hij zal tevens
een aantal talentvolle jeugdspelers trainen, waarmee hij vele malen meer
waard is dan iemand die alleen maar competitiepunten neerzet. Het
niveauverschil tussen de tieners en de 65-plussers is bij BSG nog groot, maar
eens zal de overstap toch gemaakt moeten worden. Geluk?
Dit zijn
zo wat mooie en minder mooie sponsorverhalen. Binnenkort misschien meer. De
zakken met geld hebben BSG niet gelukkig gemaakt, al heeft het wel een paar
keer de KNSB-beker en de nationale snelschaaktitel gewonnen. HMC Calder
is op dit moment wel gelukkig, met het vooruitzicht op een plaats bij de
eerste vier. Tot welke categorie HSG behoort? Ach, wat zal ik zeggen? Geluk,
ongeluk, alles went als de situatie heel lang gelijk blijft. Johan Hut |