TOP
Column

 

Vijf keer een vlag gevallen

 

De donkere dagen van december hebben schakend Nederland zwaar getroffen. Het overlijden van drie Amsterdammers kwam via diverse websites in het nieuws: Micha Leuw, Roy Dieks en Menashe Goldberg. Kort daarna ging Rob Brunia van ons heen. Eerder meldde Schaaknieuws het overlijden van Henny Vijgeboom. Drie Amsterdammers en twee Rotterdammers, waarbij vooral opvalt dat het niet gaat om mannen die toevallig schaken, maar stuk voor stuk om schakers die hun ziel en zaligheid aan het spel hebben verpand.

 

Bloemrijk

Op 4 december overleed Henny Vijgeboom, 81 jaar oud. In Schaaknieuws schreef Fred van der Vliet een mooi verhaal over hem. Van pakweg 1965 tot 1975 was Vijgeboom teamleider van Charlois, dat in die tijd twee keer kampioen van Nederland werd. Later stapte hij over naar Rotterdam. Bekendheid kreeg hij vooral door zijn verslaggeving over de KNSB-competitie in het bondsblad, dat toen Schakend Nederland heette. Hij deed dat van 1976 tot 1985. Vijgeboom viel op door zijn zeer bloemrijke taalgebruik, dat we nu misschien oubollig zouden noemen, maar waarmee hij in die tijd veel lezers aan zich bond. Ook schreef hij voor diverse Rotterdamse kranten over schaken en sloofde zich enorm uit voor het clubblad van Charlois en later dat van Rotterdam, twee goed verzorgde clubbladen met landelijke reputatie. De laatste jaren zag ik hem altijd bij wedstrijden van Rotterdam, als begeleider, dacht ik. Uit het verhaal van Van der Vliet begrijp ik dat hij weliswaar altijd meeging, maar geen functie vervulde. Dat zijn de ware liefhebbers.

 

Verstrooid

Micha Leuw

Op 19 december overleed Micha Leuw, 36 jaar oud. Op vakantie in Thailand ging hij met een snorkel de zee in en kwam niet meer terug. Een landafwaartse stroming is hem waarschijnlijk fataal geworden. Leuw was clubkampioen van Caďssa, toernooitijger en ook organisator van diverse evenementen bij zijn club. Een jongensachtige verschijning met een eeuwige glimlach, intelligent, maar ook vriendelijk en grappig, zo luiden unaniem de reacties, met name op het forum van Utrechtschaak (USF). Peter Doggers op de weblog van Dimitri Reinderman: “Hij was iemand die steeds probeerde het leukste uit het leven te halen, zich niet te veel wilde bezighouden met onbelangrijke dingen en op schaakgebied altijd op zoek was naar de principiële voortzetting.” Karel van der Weide op de KNSB-site over een toernooi waar ze in hetzelfde huis verbleven: “De andere gasten zullen hun ogen uitgekeken hebben. Wie was toch dat mannetje dat om de zoveel tijd verstrooid naar buiten liep om een sjekkie te roken? Verdiept in een boek over de Grünfeld en totaal vergeten een broek aan te trekken.”

 

Supersnel

Op 20 december overleed Roy Dieks, 48 jaar oud. Zijn erelijst is vrij bekend: Nederlands jeugdkampioen in 1971, 74 en 75 en tweede op het wereldjeugdkampioenschap van 1974, achter Tony Miles. Een grote toekomst werd hem voorspeld, maar het kwam er niet van. Dieks werd opgenomen in een psychiatrische kliniek. Wel bleef hij schaken en won vooral vele snelschaaktoernooitjes. Ook serieuze partijen werkte hij af met een extreme snelheid. Op een hoog bord bij de Amsterdamse club Euwe bleef hij daarbij tot voor kort hoge scores halen. Communiceren was moeilijk met de dikke, sullige man van wie iedereen bovendien wist dat hij een patiënt was. Hij wekte de indruk dat alles behalve schaken langs hem heen ging. Dat was echter een misverstand, schrijft oud-ploeggenoot Arne Moll op USF. Ooit genoot het team na een competitiewedstrijd bij een Chinees restaurant van een zeer copieuze maaltijd. Buiten aangekomen zei Dieks: “Zo, en nu nog even naar de FEBO.” Iedereen dacht dat Dieks het meende, maar het bleek zijn door niemand vermoede humor en zelfspot te zijn.

 

Drinken, roken en schaken

Menashe Goldberg in zijn schaakhuis Gambiet

Op 7 januari overleed Menashe Goldberg, 65 jaar oud. Hij was oprichter en eigenaar van schaakcafé Gambiet aan de Bloemgracht in de Amsterdamse Jordaan. Yochanan Afek schreef al een necrologie op onze site. Goldberg had als Poolse jood alle geluk van de wereld dat hij de Tweede Wereldoorlog overleefde. Hij groeide op in Tel Aviv en emigreerde in 1967 naar Nederland. Als verwoed schaakliefhebber moet het zijn geweest alsof zijn grootste droom uitkwam, toen hij in 1981 zijn café opende. Vanaf dat moment was schaken zijn leven. Bij zijn zestigste verjaardag schreef stamgast Errit Petersma: “Alles uitbesteden, dat is zijn motto: de was, de drank, lege flessen naar de glasbak, het kopen van zware Van Nelle, het draaien van welriekende shagjes, de maaltijden, het schrijven van brieven, daar een postzegel op plakken, op de bus doen. Menashe is erin geslaagd bijna niets meer zelf te doen. Het leven terugbrengen tot drinken, roken en schaken, voorwaar een unieke prestatie.” O, wat hadden wij allemaal graag Menashe Goldberg willen zijn.

 

Plezier in schaken

Rob Brunia

Op 8 of 9 januari overleed Rob Brunia, 57 jaar oud. Nadat hij zich zaterdagmorgen had afgemeld voor zijn KNSB-potje, werd hij maandag door zijn huisarts in zijn huis gevonden. Schakend Nederland is van oost tot west en van noord tot zuid met grote ontzetting getroffen. Brunia was niet alleen de man van de lesmethode Brunia/Van Wijgerden. Hij was ook zelf een actief jeugdtrainer, die de allergrootste schakers van Nederland van onder de pakweg 25 jaar onder zijn hoede heeft gehad. Trots mocht hij zijn op de grootmeesters die daaruit voortkwamen, maar lol bleef hij ook houden in de kleine kinderen die hij steeds weer plezier in het schaken mocht bijbrengen. Hij had daarvoor zijn geheel eigen methodes, zo wordt bijvoorbeeld duidelijk uit het verhaal van Pascal Losekoot op de KNSB-site en de vele reacties op USF die u als aanvulling op dit verhaal zeker moet lezen. Die methodes werkten beter bij jonge kinderen dan bij oudere tieners. Brunia hield van schaken, van alle andere spelletjes en van kinderen. Tot het laatst heeft hij daarvan mogen genieten.

 

Vanaf komend weekend hebben we weer twee weken lang lol in Wijk aan Zee. Het leek me goed even stil te staan bij vijf schakers, vijf liefhebbers, vijf mannen voor wie schaken hun leven was, maar die ook veel voor het schaakleven in Nederland betekend hebben.

 

Johan Hut