Meesterklasse
Utrecht is er tijdens een
weekendje Groningen niet in geslaagd om de goede seizoenstart een passend
vervolg te geven. Vooraf was er nog reden tot optimisme aangezien Utrecht op
papier net iets meer elopuntjes had staan dan de
Groningers. Tegenover het missen van kopmannen Jan Sprenger
en David Smerdon was Ivan Sokolov slechts een van de
vele afwezigen bij de opponent in verband met het EK Clubteams op Kreta. Ook
aan de voorbereiding zou het niet hoeven liggen, de gehele selectie was
immers op vrijdagavond al in Hotel Zuidbroek
neergestreken om daar uitgebreid te dineren (sommigen zelfs twee maal) en
zich op het gemak op de volgende dag voor te kunnen bereiden. Het traditionele
potje zaalvoetbal schoot er helaas bij in, maar een paar uurtjes pokeren,
waarbij vooral de penningmeester zeer genereus bleek, was een aardig
alternatief. Geen excuses dus, er werd op een aantal uitzonderingen na gewoon
niet goed gespeeld en de Noorderlingen gingen volkomen verdiend met de
matchpunten aan de haal. Een van de mannen die zich
aan de complete malaise onttrok was de zojuist genoemde penningmeester. Hij
kende zoals gezegd een ietwat ongelukkige vrijdagavond, maar de dag erna was
hij achter het bord weer degelijk als altijd. Niet lang nadat hij een aantal
pionnetjes tegen ‘de muur van Baflo’ aan had
gegooid kwam Trance melden dat er sprake was van eeuwig schaak en derhalve een split pot. Na deze puntendeling was het
wachten op de tijdnoodfase tot er weer een uitslag genoteerd kon worden.
Lange tijd leken de Groningers een overwicht te hebben op de borden, maar
daar tegenover stond een aardig tijdsvoordeel voor de bezoekers. Voornamelijk
Piet Peelen en Renze
Rietveld leken een krat bier gezet te hebben op wie er de
meeste zetten in de laatste minuut zou moeten doen. De punten zouden dus in de
tijdnoodfase verdeeld gaan worden. Helaas heb ik hier zelf bijzonder weinig
van meegekregen, aangezien ik een boeiende partij had tegen Jan Werle, waarbij op een gegeven moment het ene dubieuze
kwaliteitsoffer met het andere beantwoord werd. Niet veel later gooide Jan er
nog een toren tegenaan, waarna een stukoffer van mijn kant ervoor zorgde dat
mijn koning een mataanval over zich heen kreeg in plaats van slechts een
oneindige reeks schaakjes. Japie leek de Groningers dus op een voorsprong gebracht te
hebben, ware het niet dat een blik op de overige borden leerde dat een
tweetal teamgenoten hem al voor waren geweest. Renze
Rietveld had de weddenschap met Piet vermoedelijk verloren en een keurig punt
genoteerd tegen Alexander van Beek. Frits Rietman herhaalde dat kunstje niet veel later tegen
Jeroen Willemze. Joost Berkvens had nog wat terug gedaan door Luuk van Kooten een stuk
afhandig te maken, maar toen Daan Brandenburg na een uitstekende pot Robin Swinkels op het droge had
gelegd was duidelijk dat er nog slechts om de bordpunten gespeeld diende te
worden. Uiteindelijk zou de
einduitslag op 7-3 komen, met een eervolle vermelding voor Martijn, die met zwart Konstantin
Landa, die tegenwoordig 2669 achter zijn naam heeft
zijn, keurig op remise hield. Thomas Willemze. |