top

NK column 3

 

Waarom huilen schakers zo weinig?

 

Drie keer in zijn jonge leven was Daniel Stellwagen al tweede geworden op het Nederlands kampioenschap, vorig jaar zelfs na een vluggertjesmatch tegen de uiteindelijke kampioen. Nu stond hij er bij aanvang van de laatste ronde riant voor. Zelfs een remise zou hem grote kansen geven, achteraf bleek dat remise inderdaad voldoende zou zijn geweest voor de titel. Stortte hij in toen de hoofdprijs weer aan zijn neus voorbij ging? Nee, hij liep het schaakcafé binnen, beantwoordde vragen van journalisten en zei dat zoiets nou eenmaal kan gebeuren.

 

Bla bla

Daniel Stellwagen

Zwaar teleurgesteld waren wel de leden van Stellwagens fanclub, oftewel de schaakclub Soest. Enkelen van hen bleven nog heel even wachten om hun favoriet een hand te geven, maar verlieten toen ijlings het gebouw. De emoties waren hen teveel geworden. De ongelukkige zelf liep intussen rustig rond in het schaakcafé, een ruimte waarin voor het eerst bar, analyseruimte en commentaarzaal op een paar vierkante meters waren verenigd. Mijn grote vriend Bert-Jan van Oel was aanwezig voor een sfeerverhaal in de Gooi- en Eemlander. Hij hoopte dat Stellwagen in snikken zou uitbarsten of hevig vloekend zou weglopen, maar voor de zoveelste keer stelde de jonge grootmeester ons teleur. Tja, Smeets had de partij gewonnen, jammer dan, bla bla, kan gebeuren, geef me nog maar een glaasje fris. Het was uiteindelijk Bert-Jan zelf die balend het gebouw verliet. Wat moest hij nou in de krant schrijven? Dat Stellwagen had verloren maar dat dat niet het einde van de wereld was. En dat moeten de lezers dan zeker geloven?

 

TD Jan Stomphorst kan tevreden terugkijken
(TD Jan Stomphorst kan tevreden terugkijken)

Limonade

En de winnaar, Jan Smeets, kwam die juichend het schaakcafé binnen, huilend van geluk, onder het uitroepen van indianenkreten? Nee, nou ja, een glimlach zagen we wel, maar verder wat handjes schudden, smsjes beantwoorden en ja, hij had gewonnen en nu was hij inderdaad kampioen, ja bedankt. Voor ons journalisten is dit gedrag heel vervelend. De pest is ook, dat al die jongens bevriend zijn met elkaar. Nou, daar ben je dan mooi klaar mee. Als ze verliezen, gaan ze gewoon met hun tegenstander een glaasje limonade drinken en beantwoorden ze vragen van journalisten met snedige opmerkingen waarover de tegenstander dan meelacht. Die jongens zijn allemaal zo blij, of ze nou winnen of verliezen, maar ho, het is wel het Nederlands kampioenschap hoor, hebben jullie dat wel door?

 

Vriezen of dooien

Voor Schaakmagazine heb ik zondagmiddag drie mini-interviews gehouden. Ik kan daar uiteraard nog niets over vertellen. Maar dan ook weer van die antwoorden. Er is nooit iemand die zegt: ik dacht eigenlijk kampioen te worden, maar shit, het is mislukt, balen. Nee, als ze vierde of vijfde worden zeggen ze: nou, het kon vriezen en het kon dooien, ik bekijk het van dag tot dag en ik ben vierde geworden. Of vijfde. Nou, dat is beter dan zesde, zal ik maar zeggen. En daar moet ik dan als journalist een leuk verhaaltje over schrijven en dat lukt ook altijd wel, maar een klein beetje fantasie heb ik daar wel bij nodig.

Kijk, daar denken die jongens en meisjes niet over na. Wij journalisten hebben het gewoon heel zwaar, tegenwoordig.

 

Johan Hut