|
top Vraaggesprek Hans Böhm met bondsvoorzitter ‘Ik ben nogal
geschrokken..’ De nieuwe voorzitter van de
Koninklijke Nederlandse Schaak Bond (KNSB), Eddy Schuyer, heeft het niet makkelijk.
“Ik ben nogal geschrokken van de felle kritiek van enkele topspelers op het
lopende NK en op de Bond. Ik ga mijn best doen de sfeer te verbeteren, meer
inzage te geven in onze financiële (on)mogelijkheden
en ik zou met een selecte groep bepaalde packagedeals
willen sluiten.”
“De
Nederlandse sportwereld heeft via NOC/NSF een ambitie geformuleerd dat we bij
de top tien landen van de wereld willen behoren. Zo veel mogelijk mensen
moeten zo lang mogelijk sporten. Dat is zowel lichamelijk als geestelijk
gezond. De schaaksport wil daar haar steentje aan bijdragen.” Doelmatig Een
dergelijke ambitie vraagt om doelmatige organisaties en de financiële armslag
is bij de verwezenlijking een van de belangrijkste factoren. Neem nou het
grote bezwaar van vele toppers, de publiekstrekkers, die vinden dat aan hun
status enige financiële garantie zou moeten worden verbonden. Bij de
particuliere toernooien gebeurt dat ook, bij de KNSB heeft men in het vorige
bestuur een ander beleid ingezet. Dat had tot gevolg dat het NK devalueerde. Schuyer: “Profschaker word je op eigen beslissing. De
Bond kan derhalve niet een belangrijk deel van het
inkomen garanderen. Maar als er een andere verdeling van het NK-totaalbudget van € 50.000 wordt gewenst, valt daar
zeker over te praten.” Het liefst zag Schuyer een
afvaardiging van spelers waarmee overlegd kan worden. “Een prof, een
semi-prof, een dame en wellicht nog iemand die andere belangen inziet. Want
om met iedereen in conclaaf te gaan kost teveel tijd.” Belangrijk daarbij is
Packagedeal Schuyer zou best met een paar spelers packagedeals
willen afspreken. Hij spreekt van een basiscontract. “Als we tot
overeenstemming kunnen komen betreffende een serie wedstrijden, zoals NK, EK en Olympiade, en dan ook een paar vaste
activiteiten meenemen die belangrijk zijn voor het schaakleven, zoals
training, explicaties bij partijen, medewerking verlenen aan promotie via
Internet, schrijven, simultaans en bedrijvenschaak, dan zal daar een
positieve werking van uitgaan.” Belangrijk bij zo’n
soort samenwerking is wie wat doet. Niet alle schakers zijn communicatief en
hoe meer deals, hoe dunner de spoeling. Voor alle betrokken partijen geldt:
tevredenheid gaat alleen samen met kwaliteit. “We zijn bezig om de
simultaanvoorstellingen naar ons toe te trekken. Als wij vijf simultaans per
jaar garanderen aan een speler, dan zouden wij die voorstellingen in de loop
van het jaar kunnen wegzetten in het bedrijfsleven. Dan wordt het een win/win
situatie.” Ledenwinning Geld
blijft een belangrijke factor om idealen te bereiken. Ledenwinning is daarom
belangrijk en er wordt gestudeerd op de opmerkelijke balans van enerzijds ledenverlies
op de vaste clubavonden en anderzijds een groeiend aantal bezoekers op de
schaaksites. Schaakliefhebbers hebben vaak een technische of wiskundige
achtergrond en daar ziet Schuyer een bijzonder
aanknopingspunt. “Bedrijven zitten te springen om exacte denkers en de
overheid stimuleert via kies exact
scholieren en vooral vrouwen voor een keuze in het HBO of de universiteit.
Gerichte informatie via de schaaksites kan succesvol zijn want de bezoekers
zijn in meerderheid scholieren, studenten en beginners op de arbeidsmarkt met
een beta achtergrond. Ook hier kunnen topschakers
een ambassadeursrol vervullen.” Verder is Schuyer
bezig om te onderzoeken of een stad met regio verbonden kan worden met de
schaaksport. Daar vinden dan meerdere activiteiten plaats. Hij is al in
gesprek met een paar steden. Nijmegen is een gegadigde. Niet alleen zit daar
een belangrijke sponsor van het jeugdschaken maar
ook de internationale component met het Duitse Reinland-Westfalen
geeft extra mogelijkheden. Er zijn meer steden die een groot aanbod aan
schaakactiviteiten ontplooien. Zo heeft Groningen een groot internationaal
toernooi en wordt daar ook veel gedaan aan opleiding en recreatieschaak. Enthousiast Eddy Schuyer gaat voorlopig vol
enthousiasme het voorzitterschap van de KNSB aan. Ook al zijn schakers
individualisten, er zijn ook noemers en er is een gezamenlijk belang. Mocht
het allemaal niet uitpakken zoals hem nu voor ogen staat, dan kan hij altijd
nog terugvallen op het schrijven. Er staan al enkele publicaties over schaken
in vervlogen tijden op zijn naam, zoals uit 1968 'Het schaakspel in de kunst-
en cultuurhistorie', maar daar is nog veel meer te ontdekken. De geschiedenis
heeft als voordeel op de actualiteit, dat er niets meer plotseling verandert. Hans Böhm De Telegraaf 3 april. |