|
EK-titel Tiviakov Wij houden van Oranje? Toen
het Nederlands voetbalelftal in 1988 Europees kampioen werd, zong André Hazes het lied ‘Wij
houden van Oranje’. Dat lied sloeg aan in voetbalminnend Nederland, waar na
thuiskomst van het team half Amsterdam oranje kleurde. Toen het Nederlandse
schaakteam in 2001 en 2005 Europees kampioen werd, werd het op Schiphol
ontvangen door drie KNSB-bestuursleden en
anderhalve schaakjournalist. De ontvangst van onze
kersverse Europees kampioen Sergei Tiviakov vorige week was daarmee vergelijkbaar. Houden
wij van onze topschakers? En de actuele vraag: houden wij van onze
superkampioen Sergei Tiviakov? ![]() Mooi cv
Tiviakov was al een schaker van naam toen hij zich in
september 1997 in Nederland vestigde. Hij werd geboren op 14 februari 1973 in
de Zuid-Russische stad Krasnodar,
nabij de Zwarte Zee. Op vijfjarige leeftijd leerde hij schaken en twee jaar
later mocht hij al les nemen op de schaakschool van Vassili
Smyslov, wat vier jaar duurde. In 1989 werd hij
wereldkampioen tot en met zestien jaar, een jaar later tot en met achttien.
In 1991 werd Tiviakov grootmeester. In zijn cv schrijft hij dat 1989 de start was van zijn
professionele schaakcarričre, maar in 1995 studeerde hij ook nog af als
landbouweconoom. Veel topschakers uit de voormalige Sovjet-Unie voltooiden
een academische studie. Tiviakov was toen al een
wereldtopper, in 1994 drong hij door tot de WK-kandidatenmatches
van de PCA, waarin hij werd uitgeschakeld door Michael Adams. In datzelfde
jaar maakte hij deel uit van het Russische team dat de Olympiade won en
behaalde een prima score.
Thuis in Groningen
De organisatoren van het
grote kersttoernooi in Groningen, Johan Zwanepol voorop, hebben altijd veel contact gehad met
schakers uit het voormalige Oostblok. Tiviakov kreeg
uit die hoek steun bij zijn vestiging en inburgering en noemt daarbij behalve
Zwanepol ook de naam Arjen Tilstra.
Als dank ging hij spelen voor het meesterklasseteam
van de schaakclub Groningen. Ook voelde hij het als zijn plicht om goed te
presteren in het toernooi van 1998 en dat deed hij ook. Samen met Vadim Milov won hij de
invitatiezeskamp, waarbij hij onder anderen Jeroen
Piket achter zich liet. Daarmee zette hij zich dus ook meteen op de kaart als
Nederlandse topspeler. Gelukkig
In een interview met
Jules Welling voor het toernooiboek vertelde hij dat hij tijdens de Olympiade
van 1998 Nederlands had geleerd. Hij speelde niet mee en aangezien
er tijdens een Olympiade nauwelijks andere schaakevenementen zijn, had hij
alle tijd. Hij vond talen leuk en sprak behalve Russisch al Engels, Duits,
Italiaans, Frans en Spaans. Hij was gelukkig, zei hij tegen Welling. Over
zijn clubteam: “Het is een team dat louter uit Groningers bestaat en zich
toch kan handhaven in de Meesterklasse en dat zonder sponsors. Daar zijn we
best trots op.” En over zijn keuze voor Nederland als land van vestiging: “De
Nederlanders hebben respect voor profschakers en ze zijn voorkomend tegenover
vreemdelingen.” Direct na zijn toernooizege in Groningen belde hij Dirk Jan
ten Geuzendam: “Hier is Sergei. Ik spreek nu
Nederlands!” Ten Geuzendam had een schaakrubriek in Vrij Nederland en had in
Groningen al met Koos Stolk over Tiviakov gesproken. Stolk: “Ja,
hij is apart, maar dat vinden we juist wel leuk.” Erik Hoeksema
over de wedstrijden met Groningen in de KNSB-competitie:
“Iedereen zet nu zijn beste beentje voor, omdat Sergei
voortdurend kritisch kijkend rondloopt.” Open toernooien
Tiviakov had het naar zijn zin, de Groningers waren blij
met hem, een mooie toekomst in Nederland lag voor hem. De resultaten bleven
ook uitstekend. Sinds 2000 nam hij deel aan het Nederlands kampioenschap en
werd drie keer derde, drie keer tweede en in 2006 en 2007 kampioen. Dit jaar
scoorde hij met een zesde plaats voor het eerst onder zijn niveau. Tiviakov maakte deel uit van het Nederlandse team dat in
2001 en 2005 Europees kampioen werd. Net als zijn teamgenoten werd hij
daarvoor benoemd tot Lid van Verdienste van de KNSB. Maar bovenal won hij
vele open toernooien in Nederland (Dieren, Vlissingen
en Hoogeveen) en daarbuiten. Hij reeg het ene
toernooi aan het andere, zo speelde hij in 2003 zes toernooien in drie
maanden, vooral rond de Middellandse Zee. Ook een befaamde periode was de
zomer van 2005. Tiviakov begon het Open NK in
Dieren met een nederlaag tegen Desiree Hamelink, maar liet dat in hetzelfde en de twee
daaropvolgende zomertoernooien volgen door een score van 23,5 uit 26. Een
jaar later won hij de bekende tienkamp in Gausdal
met een score van 8,5 uit 9. Op 1 oktober 2005 bereikte hij daardoor een Elo-rating van 2700, die hij helaas niet wist vast te
houden. Verder speelt Tiviakov clubcompetities in
talloze landen, naast de bekende West-Europese landen ook in Rusland en
Jemen. Qua prestaties kan Sergei Tiviakov zich in Nederland goed meten met zijn rivalen Loek van Wely en Ivan Sokolov. Geen kaaskop
Waarom heeft Tiviakov zich dan nog steeds niet ontwikkeld tot een
nationale schaakheld? Wacht even, is hij dat dan niet? Nee, er schort iets,
zo zei hij in januari 2007 tegen Robčrt Misset voor
de Volkskrant: “Ik ben met Nederland twee keer Europees kampioen geworden,
maar grootmeesters als Van Wely en Timman krijgen nog altijd meer startgeld dan ik. Ook mijn
Nederlandse titel in 2006 heeft niets veranderd. Ik kan het moeilijk
Die laatste suggestie
werd door Hans Ree al tegengesproken voordat Tiviakov
dat zei, namelijk in 2005 na het succes in Gausdal.
In NRC Handelsblad schreef Ree: “Dat je Tiviakovs
partijen zelden ziet afgedrukt komt niet alleen doordat hij geen autochtone
kaaskop is. Zijn partijen zijn technisch gaaf en vaak leerzaam, maar ze zijn
nooit spectaculair. Het schaakvolk wil spanning en sensatie en eerlijk gezegd
wil ik dat zelf ook.” Het gebrek aan mooie uitnodigingen zou goed kunnen
samenhangen met die speelstijl. John van der Wiel
schreef er eens over in een van zijn NK-epilogen in
Schaaknieuws: “Zijn spel straalt misschien weinig groots uit, maar is gewoon
wat nauwkeuriger en pragmatischer dan dat van de meeste anderen. Tiviakov beheerst altijd zijn openingen goed en is,
indien in vorm, moeilijk te raken.” Veel remises
Moeilijk te raken, maar
wint hij er ook veel mee? In die open toernooien dus wel, maar in het Corus-toernooi, waar hij in 2006 en 2007 (toch)
meespeelde, kwam hij tot één overwinning, vier nederlagen en 21 remises. Dat
was geen score zoals we die in Wijk aan Zee van Timman,
Piket en Van Wely gewend waren. Niet dat die altijd
meer punten haalden, maar de verdeling was anders. In 2007 maakte Van Wely zich boos in een interview voor de Volkskrant met
dezelfde Robčrt Misset en sprak over de kleurloze
partijen van Tiviakov: “We behaalden even veel
punten, maar zijn spel was niet om aan te zien. Ga jij die Nederlandse titel
nu maar eens uitdragen, dacht ik. Tiviakov moet
beseffen dat het publiek meer wil zien van de Nederlandse kampioen.”
Overigens sprak Van Wely in dat interview over situaties
waarin hij als zesvoudig nationaal kampioen minder startgeld kreeg dan Tiviakov, dus een eenduidige waarheid op dat gebied is er
niet. Beperkte topschakers
Er zijn wel degelijk
liefhebbers van de subtiele schaakstijl van Tiviakov,
maar het grote publiek, het ‘schaakvolk’ zoals Ree het noemde, loopt er niet
warm voor. Daarnaast kampt Tiviakov met een wat
suffig imago. Hij mengt zich tijdens toernooien niet makkelijk
in gezelschappen, is wat teruggetrokken. Een verklaring daarvoor is misschien
dat hij zichzelf niet zo’n beperkt persoon vindt als
veel andere topschakers, zo zei hij in 2004 in een interview met Gert Devreese voor Schaakmagazine. “Ik denk dat een mens zich
moet ontwikkelen op verschillende manieren. Je moet een opleiding hebben,
boeken lezen, verschillende dingen studeren, je horizon verbreden. Je moet in
de maatschappij in staat zijn om met de mensen te praten over verschillende
onderwerpen. Niet alleen maar schaken, schaken, schaken en niet meer dan
schaken.” Tiviakov vindt zichzelf een
levensgenieter, hij vindt het prachtig om de wereld over te reizen en
schrijft daar graag reisverhalen over. Hij is dus helemaal niet suffig, maar
misschien voelt hij zich niet zo thuis in het schaakwereldje. In dat
interview zei hij ook dat hij goed met mensen kan omgaan, maar dat hij net zo
lief een boek leest. Geen Cadillac
De hechte band met de
schaakclub Groningen is intussen wat bekoeld. Vorig jaar, in het
kampioensjaar, scoorde hij goed. Hij deed het trouwens altijd goed, in 38
partijen scoorde hij 75%. Maar juist in dat kampioensjaar zegde hij af voor
de cruciale wedstrijd tegen HSG, het hoogtepunt van
het seizoen. Hij speelde weer ergens een toernooi, wat belangrijk voor hem
is, maar het is ook belangrijk om aan een goede thuisbasis te werken. Als je
club een goede sponsor heeft, is het trouwens ook niet handig om voor zo’n belangrijke wedstrijd te bedanken. Dit seizoen
speelde Tiviakov niet meer mee. Voor sponsors moet je je best doen, dat is ook een taak van topsporters. Toen Tiviakov in 2006 Nederlands kampioen werd, mocht hij een
maand rondrijden in een Cadillac. Zijn reactie: “Ik
heb geen rijbewijs, geef die auto maar aan Sokolov.”
Iemand anders zou zich waarschijnlijk een maand laten rondrijden door een
vriend en daarvan na afloop uiteraard foto’s sturen naar de sponsor. Later
dat jaar won Loek van Wely
in Wolvega het Remco Heite
Toernooi, met als hoofdprijs een paard. Of de tegenwaarde in geld, als hij
het paard niet wilde. Natuurlijk nam Van Wely het
paard, dat was immers wat de sponsor het liefst zag. Loflied
Sergei Tiviakov heeft een
schaakstijl waarmee hij het publiek niet voor zich wint. Hij mengt zich niet
nadrukkelijk in gezelschap en hij is niet altijd even handig tegenover
sponsors. Maar hij is wel een winnaar, van vele toernooien en nu van het Europese
kampioenschap. Topsporters die titels winnen, daar houden wij toch van in
Nederland? Het wordt dus misschien toch tijd dat we Tiviakov
een oranje shirt aantrekken en dan met z’n allen ŕ
la André Hazes gaan
zingen: “Tiviakov,
oh Tiviakov, jij bent de kampioen. Wij houden van
Oranje, om zijn daden en zijn doen.” Johan Hut (Foto's schakersinfo/Maaijveld) |